Wim Drees Stichting

Korte Voorhout 7

kamer KV 3.54

 

Postbus 95328

2509 CH Den Haag

 

Het secretariaat is aanwezig op:

woensdag, donderdag, vrijdag.

 

T 070 - 342 7359

F 070 - 342 7925

 

info@wimdreestichting.nl

 


Hou mij op de hoogte








Jaarboek 2007

Het Jaarboek Overheidsfinanciën 2007 is de vijfde aflevering in de reeks. Het Jaarboek bevat weer kritische analyses van het financieel-economisch beleid, het nut van overheidsuitgaven en aanbevelingen voor de te voeren belastingpolitiek. lees verder>>

De volledige inhoudsopgave en een samenvatting per hoofdstuk vindt u hieronder.

 

Inhoud

Woord vooraf

 

Voornaamste bevindingen

 

Auteurs

 

1   Overheidsfinanciën en economie

      B. Jacobs, C.A. de Kam en A.P. Ros

 

2   Sociale zekerheid: de AOW ziet Abraham

      C.A. de Kam, S.G. van der Lecq, O.C.H.M. Sleijpen en

      O.W. Steenbeek

 

3   Gezondheidszorg

      A.R.B.J. Houkes en L.M. Kok

 

4   Decentrale overheden

      M.A. Allers, E. Gerritsen, C. Hoeben en A.S. Zeilstra

 

5   De Europese Unie

      J. de Haan en M. Mink

 

6   De stille kracht van het koningshuis

      H.P. van Dalen

 

7   Koninkrijksrelaties

      T.J. Haan, J.J.J. Smeehuijzen en H.R. Ziekenoppasser

 

8   De energiesector

      A.E.H. Huygen en G. Buist

 

9   Het grotestedenbeleid

      P. Bordewijk

 

10 Onderwijs: heeft Nederland een probleem?

      B. van Riel

 

11 Naar bredere marges in de belastingpolitiek

     .A. de Mooij en L.G.M. Stevens

 

 

Trefwoordenregister

 

 

Samenvatting per hoofdstuk

Dit jaar beslaan de collectieve uitgaven 46 procent van het bruto binnenlands product, dat voor 2007 wordt geraamd op 550 miljard euro. Afgelopen najaar hebben gekozen vertegenwoordigers van de Nederlandse bevolking er mee ingestemd aan het uitvoerend apparaat van de overheid een budget van in totaal meer dan een kwart biljoen euro beschikbaar te stellen, om die uitgaven te kunnen doen. De begrotingen van het Rijk, van instanties die de wettelijke sociale verzekeringen uitvoeren, van provincies en van andere decentrale overheden omvatten samen vele duizenden bladzijden. In deze stroom drukwerk proberen politiek verantwoordelijke bestuurders en hun ambtelijke penvoerders duidelijk te maken wat de verschillende onderdelen van de overheidsorganisatie willen bereiken, welke uitgaven daarvoor worden gedaan en hoe die uitgaven worden gefinancierd.

 

Politici en ambtelijke medewerkers zijn geneigd hun plannen en de effecten van bestaand en nieuw beleid in een zo gunstig mogelijk daglicht te stellen. Dat is menselijk, en als onderdeel van collectieve-besluitvormingsprocessen goed verklaarbaar. Des te belangrijker is het dat begrotingscijfers en het overheidsbeleid met gepaste distantie worden bezien en geanalyseerd. Met dat oogmerk heeft het bestuur van de in 2002 opgerichte Wim Drees Stichting voor Openbare Financiën besloten te beginnen in 2003 ieder jaar een Jaarboek Overheidsfinanciën uit te brengen. Dit Jaarboek is het vijfde in deze reeks.

 

Het Jaarboek Overheidsfinanciën 2007 bevat elf hoofdstukken, die zijn te groeperen in twee blokken.

Het eerste blok gaat over hoofdlijnen van het financieel-economische beleid. Het omvat vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 1 presenteren Jacobs, De Kam en Ros een samenvattend beeld van de overheidsfinanciën, tegen de achtergrond van de gang van zaken in de vaderlandse economie. Het afscheid van minister Zalm, begin van dit jaar, vormt de aanleiding voor een terugblik op het sinds zijn aantreden in 1994 gevoerde begrotingsbeleid. Daarbij worden drie budgetdisciplinesectoren onderscheiden. Behalve de sector rijksbegroting in enge zin betreft het de sectoren sociale zekerheid en arbeidsmarkt, en zorg.

In hoofdstuk 2 nemen De Kam, Van der Lecq, Sleijpen en Steenbeek het beleidsterrein van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de korrel. Een halve eeuw geleden werd de Algemene Ouderdomswet van kracht. Dit vormt de aanleiding voor een beschouwing over de toekomst van onze oudste volksverzekering.

Vervolgens nemen Houkes en Kok in hoofdstuk 3 de zorgsector onder de loep. Zij gaan na of de in 2006 ingevoerde basisverzekering tegen ziektekosten de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de gezondheidszorg dichterbij heeft gebracht. De auteurs besteden daarbij bijzondere aandacht aan het streven naar meer marktwerking in de zorgsector.

De centrale overheid zit in de sandwich tussen decentrale overheden en de Europese Unie. In hoofdstuk 4 beschrijven Allers, Gerritsen, Hoeben en Zeilstra de soms moeizame financiële verhouding tussen enerzijds het Rijk en anderzijds gemeenten, provincies en waterschappen.

Dit keer is bijzondere aandacht besteed aan de bekostiging van de waterschappen.

Daarna behandelen De Haan en Mink in hoofdstuk 5 de begroting van de Europese Unie. Zij bespiegelen over de eventuele toetreding van Turkije tot de Unie en over misverstanden inzake de gevolgen van de invoering van de euro.

 

Het tweede blok omvat bijdragen over specifieke beleidsterreinen. In hoofdstuk 6 gebruikt Van Dalen hoofdstuk I van de rijksbegroting (Huis der Koningin) als opmaat voor een gedurfde kosten-batenanalyse van de monarchie. Nederland onderhoudt nog altijd bijzondere banden met de beide andere landen van het Koninkrijk. In hoofdstuk 7 analyseren Haan, Smeehuijzen en Ziekenoppasser de effecten van een halve eeuw financiële hulp aan Aruba en de Nederlandse Antillen, aanknopend bij hoofdstuk IV van de rijksbegroting (Koninkrijksrelaties).

In hoofdstuk 8 overzien Huygen en Buist de energiesector. De groeiende invoerbehoefte van de Europese Unie versterkt de politieke invloed van aardgas- en olieproducenten. Ook door eisen die de Europese Unie aan marktwerking in de energiesector stelt, vormt dit beleidsterrein een belangrijk aandachtspunt voor de ministeries van Buitenlandse Zaken (hoofdstuk V) en Economische Zaken (hoofdstuk XIII), het zou dat althans moeten zijn.

Vervolgens wijdt Bordewijk in hoofdstuk 9 een kritische beschouwing aan nut en noodzaak van het grotestedenbeleid. Dit zorgenkind staat onder de hoede van een risje ministeries, met name Binnenlandse Zaken (hoofdstuk VII) en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hoofdstuk XI). Van Riel onderzoekt in hoofdstuk 10 of Nederland op weg naar de kenniseconomie een probleem heeft, en waar eventuele problemen precies zitten: aan de bovenkant van het onderwijsgebouw waardoor te weinig hooggeschoolden op de arbeidsmarkt komen, of aan de onderkant waardoor zich te veel mensen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt melden. Zijn analyse raakt vooral hoofdstuk VIII (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) van de rijksbegroting.

Ten slotte begeven De Mooij en Stevens zich in hoofdstuk 11 op het beleidsterrein van de minister van Financiën (hoofdstuk IXB van de rijksbegroting) met een pleidooi voor bredere

marges in de belastingpolitiek.